ECLI:NL:RBDHA:2019:999, Rechtbank Den Haag, 05-02-2019, nl19.1035 — RBDHA:2019:999
Samenvatting
Bewaring. Niet in geschil is dat de maatregel van bewaring op een onjuiste wettelijke grondslag heeft voortgeduurd. Het geschil spitst zich toe op de vraag op welke datum de maatregel onrechtmatig werd. Het claimverzoek van verweerder aan de Belgische autoriteiten is op 3 januari 2019 afgewezen. Verweerder heeft die afwijzing via een e-mail van de Belgische autoriteiten op dezelfde dag om 15:45 uur ontvangen. Vanaf dat moment was verweerder gehouden voldoende voortvarend te handelen. Gelet op voornoemd tijdstip ziet de rechtbank geen aanleiding af te wijken van de maatstaf zoals die blijkt uit de uitspraak van 21 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:504) van de Afdeling. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld door de maatregel niet uiterlijk op 5 januari 2019 om te zetten van artikel 59a naar 59. De maatregel is met ingang van die dag onrechtmatig.
Betrokken advocaten
mr. B. Pattiata
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:4434, Rechtbank Den Haag, 18-03-2025, NL25.9450
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:20882, Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, NL24.46013
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:5004, Rechtbank Den Haag, 14-02-2024, NL24.3333
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:478, Rechtbank Gelderland, 31-01-2023, C/05/412349 / KG ZA 22-404
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2019
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
nl19.1035
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:999