ECLI:NL:RBDHA:2022:6662, Rechtbank Den Haag, 06-07-2022, Awb 21/524 — RBDHA:2022:6662
Samenvatting
Vaststelling eigen bijdrage in opvang vanwege ontvangen dwangsom wegens niet-tijdig beslissen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder wel onzorgvuldig heeft gehandeld door eiser niet voor het vaststellen van de eigen bijdrage te bevragen over zijn vermogen en inkomen en over zijn schulden en verplichtingen, en motiveert dat hierna. Hoe de eigen bijdrage moet worden bepaald is geregeld in de Reba 2008. De middelen die de asielzoeker heeft zijn daarbij bepalend. De middelen zijn alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de asielzoeker beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Het vermogen wordt verminderd met – voor zover voor deze zaak relevant – de schulden die op dat moment aanwezig zijn. Het inkomen wordt verminderd met – voor zover voor deze zaak relevant – verplichtingen die ten laste komen van de asielzoeker. Verweerder moet dus vaststellen wat de middelen van de vreemdeling zijn bij aanvang van de verstrekkingen en moet daarbij rekening houden met – in dit geval – de op dat moment aanwezige schulden en verplichtingen. Dat kan verweerder alleen doen als hij van deze gegevens op de hoogte is. Op verweerder rustte naar het oordeel van de rechtbank daarom een onderzoeksplicht en hij had eiser naar deze schulden en verplichtingen moeten vragen. Meer in het algemeen is de rechtbank van oordeel dat verweerder voorafgaand aan het vaststellen van de eigen bijdrage de asielzoeker moet vragen naar alle feiten en omstandigheden die op grond van de Reba 2008 van invloed kunnen zijn op het vaststellen van die eigen bijdrage, voor zover deze feiten en omstandigheden nog niet bij verweerder bekend zijn. Uit het dossier blijkt niet dat verweerder eiser naar zijn schulden en verplichtingen heeft gevraagd voordat de eigen bijdrage werd vastgesteld.
Betrokken advocaten
mr. W. Tardjopawiro
eiser
mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:643, Rechtbank Den Haag, 14-01-2026, NL25.31705
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:141, Raad van State, 14-01-2026, 202300124/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:142, Raad van State, 14-01-2026, 202302916/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 juli 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
Awb 21/524
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:6662