ECLI:NL:RBDHA:2023:12856, Rechtbank Den Haag, 28-08-2023, NL23.7030 — RBDHA:2023:12856
Samenvatting
Over het procesbelang oordeelt de rechtbank dat er thans onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de vreemdeling geen contact (meer) heeft met zijn gemachtigde en dat zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep daarom ontbreekt. De vreemdeling heeft voor de vierde keer gevraagd om zijn ongewenstverklaring op te heffen, maar heeft opnieuw nagelaten de door de staatsecretaris voorgeschreven bewijsmiddelen over te leggen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het opheffingsverzoek heeft getoetst aan het (Unierechtelijke) evenredigheidsbeginsel en dat de afwijzing van het opheffingsverzoek hiermee niet in strijd is. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. C.J. Ohrtmann
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:18235, Rechtbank Den Haag, 19-09-2025, NL25.43326
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3385, Rechtbank Rotterdam, 19-02-2025, C/10/691996 / JE RK 25-11 en C/10/692465 / JE RK 25-72
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:4650, Rechtbank Den Haag, 27-03-2024, NL23.34811
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:4647, Rechtbank Den Haag, 27-03-2024, NL23.35389
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 augustus 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.7030
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:12856