Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2023:12856Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2023:12856, Rechtbank Den Haag, 28-08-2023, NL23.7030 — RBDHA:2023:12856

Samenvatting

Over het procesbelang oordeelt de rechtbank dat er thans onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de vreemdeling geen contact (meer) heeft met zijn gemachtigde en dat zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep daarom ontbreekt. De vreemdeling heeft voor de vierde keer gevraagd om zijn ongewenstverklaring op te heffen, maar heeft opnieuw nagelaten de door de staatsecretaris voorgeschreven bewijsmiddelen over te leggen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het opheffingsverzoek heeft getoetst aan het (Unierechtelijke) evenredigheidsbeginsel en dat de afwijzing van het opheffingsverzoek hiermee niet in strijd is. Het beroep is ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. S.C. van Paridon

eiser

Van Paridon & Roos Advocaten, ROTTERDAM

mr. C.J. Ohrtmann

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 augustus 2023

Zaaknummer

NL23.7030

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2023:12856

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht