ECLI:NL:RBDHA:2023:19388, Rechtbank Den Haag, 12-12-2023, 09/060741-22 — RBDHA:2023:19388
Samenvatting
Opiumwet; procesafspraken. Veroordeling handel in en bezit van harddrugs en voorbereidingshandelingen daartoe, alsmede het witwassen van geldbedragen. De officier van justitie en de verdediging hebben - in een laat stadium van de procedure - een afdoeningsvoorstel voorgelegd aan de rechtbank. De efficiencywinst daarvan is gelegen in het voorkomen van hoger beroep. De rechtbank is van oordeel dat de overeengekomen straf in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. Volgt oplegging van vier jaar gevangenisstraf en daarnaast een geldboete van € 50.000,-.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10143, Rechtbank Amsterdam, 17-12-2025, 13-260860-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:7709, Rechtbank Amsterdam, 22-12-2022, C/13/725438 / KG ZA 22-959
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:3707, Rechtbank Amsterdam, 16-07-2021, 13/997057-19
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2016:4565, Rechtbank Amsterdam, 20-07-2016, C/13/596870 / HA ZA 15-1015
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/060741-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19388