ECLI:NL:RBDHA:2025:19377, Rechtbank Den Haag, 25-07-2025, NL25.26499 — RBDHA:2025:19377
Samenvatting
Verzoekers hebben gevraagd om een voorlopige voorziening waarmee de minister wordt opgedragen om verzoekers te behandelen als ware zij in het bezit van een visum kort verblijf. De gevraagde voorlopige voorziening heeft geen voorlopig karakter, omdat deze ertoe strekt dat verzoekers Nederland mogen inreizen terwijl verweerder nog niet op hun bezwaren heeft beslist. Toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening heeft daarmee tot gevolg dat verweerder voor een voldongen feit wordt gesteld. Voor een dergelijke vergaande beslissing is in beginsel slechts plaats indien een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noopt of sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Anders dan verweerder stelt gaat het hier niet om cumulatieve voorwaarden. Als sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit én er daarnaast sprake is van een spoedeisend belang, dan kan dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende zijn om de verzochte voorziening toe te wijzen. In het kader van een effectieve rechtsbescherming acht de voorzieningenrechter het niet passend om in een dergelijke situatie ook nog te eisen dat er sprake moet zijn van een zwaarwegend spoedeisend belang, en om verweerder per definitie in de gelegenheid te stellen om opnieuw te beslissen, als van een dergelijk belang niet is gebleken. Dit geldt in de onderhavige zaak temeer nu verweerder niet met zekerheid heeft kunnen aangeven dat er binnen een week, of in ieder geval voor de datum waarop het visum van de moeder verstrijkt, een beslissing op de bezwaren van verzoekers zal worden genomen.
Betrokken advocaten
mr. T.J.A.J. Tichelaar
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24146, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL22.19104
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24139, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL25.18880
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21311, Rechtbank Den Haag, 12-11-2025, NL24.32134
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18053, Rechtbank Den Haag, 01-10-2025, NL25.12299
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juli 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.26499
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19377