ECLI:NL:RBDHA:2025:19433, Rechtbank Den Haag, 14-10-2025, NL25.16759 — RBDHA:2025:19433
Samenvatting
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat het te laat is ingediend. Het beroep op de Bahaddar-exceptie slaagt niet. Het standpunt van de minister, dat het niet geloofwaardig is dat eiser problemen heeft met de Turkse autoriteiten vanwege een verdenking van zijn nicht en dat eiser zijn vrees voor vervolging vanwege betrokkenheid bij de HDP niet aannemelijk heeft gemaakt, is niet evident onjuist. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de minister daarbij uitgaan van het advies van Bureau Documenten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1885, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.57327
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1437, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.62754
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1357, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.57325
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1361, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.57329
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.16759
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19433