ECLI:NL:RBDHA:2025:21177, Rechtbank Den Haag, 07-11-2025, NL25.28199 — RBDHA:2025:21177
Samenvatting
Verweerder heeft de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser (het eerste asielmotief) ongeloofwaardig bevonden en het tweede asielmotief over de gestelde problemen niet inhoudelijk beoordeeld onder verwijzing naar vaste rechtspraak. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat dit eerste asielmotief ongeloofwaardig is, heeft verweerder het tweede asielmotief echter wel inhoudelijk beoordeeld. Volgens de rechtbank kan verweerders standpunt over de geloofwaardigheid van het eerste asielmotief om meerdere redenen niet in stand blijven. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn, maar verweerders inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas van eiser kan wel standhouden. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit echter in stand.
Betrokken advocaten
mr. J.G.R. Becker
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2124, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL24.15245
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:808, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, NL24.9584
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26227, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.11757
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26378, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.38568
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 november 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.28199
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:21177