Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:22927Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtbank dwingt minister tot besluit asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2025:22927

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verplicht de minister binnen acht weken een besluit te nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van maximaal 15.000 euro.

  • Minister heeft eerder opgelegde beslistermijn van zestien weken niet nageleefd
  • Rechtbank legt nieuwe termijn van acht weken op omdat de 21-maandengrens is overschreden
  • Dwangsom verhoogd van maximaal 7.500 euro naar maximaal 15.000 euro
  • Geen nieuwe ingebrekestelling vereist bij tweede beroep op dezelfde aanvraag
  • Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van 453,50 euro

Samenvatting

Een asielzoeker heeft voor de tweede keer bij de rechtbank Den Haag moeten aankloppen omdat de minister van Asiel en Migratie weigert tijdig te beslissen op zijn asielaanvraag. De aanvraag dateert al van 30 september 2023, en eerder dit jaar, op 27 februari 2025, had dezelfde rechtbank al vastgesteld dat de minister te traag was. Destijds kreeg de bewindsman zestien weken de tijd om alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van maximaal 7.500 euro als stok achter de deur. De minister negeerde ook die opdracht en nam geen besluit binnen de opgelegde termijn.

Dit tweede beroep is het directe gevolg van die nalatigheid. De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en gegrond is: de minister heeft simpelweg niet gedaan wat hem was opgedragen. Een nieuwe ingebrekestelling was niet nodig, omdat het om dezelfde asielaanvraag gaat.

De rechter legt de minister nu een kortere beslistermijn op: acht weken. Die strengere termijn is gerechtvaardigd omdat de totale behandelingsduur inmiddels de bovengrens van 21 maanden heeft overschreden. Normaal gesproken hanteert de bestuursrechter bij dit soort asielzaken het zogeheten '8+8 wekenmodel', waarbij twee termijnen van acht weken worden gehanteerd. Nu die grens ruimschoots is gepasseerd, volstaat één termijn van acht weken.

Ook de maximale dwangsom wordt verhoogd: niet langer 7.500 euro, maar 15.000 euro bij overschrijding van de nieuwe deadline, nog steeds tegen een tarief van 100 euro per dag. De rechtbank overweegt daarbij dat de eerder opgelegde dwangsom geen effect heeft gehad, maar ziet daarin in dit specifieke geval geen reden om het dagbedrag te verhogen. De maximumgrens verdubbelen is in de ogen van de rechter voldoende extra prikkel.

Opvallend is dat de minister al eerder een rechterlijk bevel naast zich neer heeft gelegd. Dat de bewindsman ook een financiële sanctie heeft laten passeren zonder in actie te komen, typeert de bredere problematiek in het Nederlandse asielsysteem: de overheid is structureel niet in staat om binnen wettelijke termijnen te beslissen, zelfs niet wanneer een rechter daar uitdrukkelijk toe verplicht.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting, wat gebruikelijk is bij dit soort kennelijk gegronde beroepen. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op 453,50 euro.

Als de minister opnieuw in gebreke blijft, loopt hij het risico tot 15.000 euro aan dwangsommen verschuldigd te worden. De eiser heeft zes weken de tijd om in verzet te komen als hij het niet eens is met de uitspraak, maar gezien de uitkomst ligt dat niet voor de hand.

Betrokken advocaten

mr. R. Balkenende

eiser

Kint & Hoogenraad Strafrechtadvocaten, ZOETERMEER

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 december 2025

Zaaknummer

NL25.45138

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:22927

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht