ECLI:NL:RBDHA:2025:25476, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL24.27404 — RBDHA:2025:25476
Samenvatting
Deze zaak gaat over een vrouw uit Colombia die in Nederland asiel heeft aangevraagd. Zij heeft asiel gevraagd omdat haar zoon al jarenlang problemen heeft door zijn drugsverslaving en dat zorgt voor een onhoudbare situatie. Die situatie is in strijd met artikel 3 van het EVRM. In dit artikel staat dat niemand mag worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Volgens verweerder vallen de problemen van eiseres niet onder de regels van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder vindt ook dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres kan zich elders in Colombia vestigen zodat zij niet wordt geconfronteerd met de problemen van haar zoon. Ook is niet onderbouwd dat eiseres geen bescherming zou kunnen krijgen van de Colombiaanse politie. Haar situatie geeft dan ook geen recht op een asielvergunning. De rechtbank oordeelt dat verweerder de asielaanvraag mocht afwijzen. De problemen van eiseres zijn niet ernstig om de hoge drempel van artikel 3 van het EVRM te halen. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer persoonlijk gevaar loopt. De rechtbank stelt ook vast dat eiseres zich kan onttrekken aan haar zoon door elders in Colombia te gaan wonen. Bovendien heeft eiseres niet aangetoond dat zij geen bescherming van de politie kan krijgen. Eiseres beroept zich ook op artikel 8 van het EVRM. Dit artikel beschermt het recht op privéleven. Ook dit beroep slaagt niet. De rechtbank vindt dat de omstandigheden niet zodanig zijn dat het recht op privéleven van eiseres wordt geschonden als zij naar haar land terugkeert. In deze uitspraak legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Betrokken advocaten
mr. F. Aly
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1969, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.61228
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1771, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL24.29400
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1513, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.47804
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:987, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, NL24.28106
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.27404
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25476