ECLI:NL:RBDHA:2025:26010, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, NL25.14720 — RBDHA:2025:26010
Samenvatting
Verblijfsvergunning regulier ‘arbeid als zelfstandige’, Turkije. Aanvraag van eiser is afgewezen omdat hij geen geldige machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) heeft en hij niet voldoet aan vrijstelling daarvan. De uitspraak gaat over de vraag of de herinvoering van het mvv-vereiste voor Turkse burgers om toegang te krijgen tot Nederland in strijd is met het Turkse Associatierecht. De rechtbank komt tot het oordeel dat dit niet het geval is, omdat het mvv-vereiste een wettelijke grondslag heeft en gerechtvaardigd is. Er is namelijk een dwingende reden van algemeen belang voor het mvv-vereiste en het vereiste is geschikt voor de verwezenlijking van dat doel. Ook gaat het vereiste niet verder dan nodig is voor het bereiken van het doel. Verder oordeelt de rechtbank dat het mvv-vereiste niet discriminatoir is en dat eiser niet gehoord had hoeven worden. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. I.A.G. Lodders
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:25445, Rechtbank Den Haag, 29-12-2025, NL24.31749
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25951, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.31249
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25963, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL24.36048
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25976, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.31250
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.14720
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26010