ECLI:NL:RBDHA:2025:26013, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, AWB 25/9571 en AWB 25/9573 — RBDHA:2025:26013
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Betrokken advocaten
mr. T. Pourjalili
eiser
mr. A. van Driel
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24150, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, NL25.38543
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24953, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.47901
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:17787, Rechtbank Den Haag, 08-09-2025, C/09/683835 / HA RK 25-186
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21406, Rechtbank Den Haag, 15-08-2025, NL22.13482
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 25/9571 en AWB 25/9573
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26013