ECLI:NL:RBDHA:2025:27117, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.60440 — RBDHA:2025:27117
Samenvatting
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser werkt en dat er op dit moment geen aanleiding is om te concluderen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Daarbij betrekt de rechtbank onder andere dat het niet mogelijk is om te rappelleren op zaaksniveau conform voorwaarden die zijn gesteld door de Algerijnse autoriteiten en dat uitsluitend dactyloscopische gegevens zijn vereist voor het onderzoek naar de identiteit van een vreemdeling. Deze gegevens zijn verstrekt bij de aanvraag om een laissez-passer. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. J.A. Weststrate
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1139, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, 25-60280
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1026, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL26.389
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1004, Rechtbank Den Haag, 19-01-2026, NL25.64098
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:978, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, NL26.670
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.60440
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27117