ECLI:NL:RBDHA:2025:3440, Rechtbank Den Haag, 06-03-2025, NL24.47284 — RBDHA:2025:3440
Samenvatting
Eiser stelt vanwege zijn homoseksuele gerichtheid gevaar te lopen in Senegal en heeft daarom asiel aangevraagd. De asielaanvraag van eiser is afgewezen en daar is hij het niet mee eens. De meervoudige kamer van de rechtbank gaat in deze zaak in op de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling (Werkinstructie 2024/6) die verweerder tegenwoordig toepast in asielzaken. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat met de nieuwe werkinstructie sprake is van een hogere bewijsmaatstaf. De cumulatieve voorwaarden uit artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlin mogen echter niet als een strikte checklist worden getoetst. De rechtbank zal in elke zaak moeten beoordelen of verweerder op overtuigende wijze heeft gemotiveerd waarom een asielmotief volgens hem al dan niet geloofwaardig is en daarbij rekening moeten houden met alle relevante aspecten. Verweerder heeft met de toegepaste geloofwaardigheidsbeoordeling in de onderhavige zaak niet in strijd met het Unierecht gehandeld. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. S. Franca
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1068, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, NL25.62622
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:308, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.40246
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:282, Rechtbank Den Haag, 02-01-2026, NL25.40258
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25579, Rechtbank Den Haag, 30-12-2025, NL25.58972
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 maart 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.47284
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:3440