ECLI:NL:RBDHA:2026:1418, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.49619 — RBDHA:2026:1418
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser door zijn afvalligheid en atheïstische overtuiging geen risico loopt op vervolging bij terugkeer naar Iran. Dat geldt ook voor het standpunt van verweerder dat eisers politieke activiteiten en overtuiging onvoldoende zijn om aan te nemen dat eiser risico loopt bij terugkeer naar Iran. Daarbij heeft verweerder eisers asielmotieven ten onrechte niet in samenhang bezien. Het beroep is daarom gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Betrokken advocaten
mr. Y.M. van der Lei
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1929, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.60996
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1500, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.2361
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1155, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL25.61881
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:306, Raad van State, 22-01-2026, BRS.25.002224
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.49619
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1418