Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:179Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtbank dwingt minister tot besluit asielaanvraag — RBDHA:2026:179

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Eiser / verzoeker

Anonieme asielzoeker (eiser)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep wegens niet tijdig beslissen is gegrond verklaard en de minister moet binnen twee weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000.

  • De wettelijke beslistermijn van zes maanden op de asielaanvraag is overschreden
  • De verlenging van de beslistermijn met negen maanden via WBV 2023/3 is onvoldoende gemotiveerd en mist daardoor rechtsgeldige grondslag
  • De maximale termijn van 21 maanden uit de Europese Procedurerichtlijn is eveneens verstreken
  • De minister krijgt twee weken om alsnog een besluit te nemen, op straffe van €100 dwangsom per dag tot maximaal €15.000

Samenvatting

Een asielzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen alsnog binnen twee weken een beslissing te nemen.

Volgens de wet moet er binnen zes maanden na ontvangst van een asielaanvraag een beslissing worden genomen. De minister had geprobeerd deze termijn met negen maanden te verlengen via een beleidsbesluit (WBV 2023/3), maar de rechtbank oordeelt dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. Daardoor ontbreekt de wettelijke grondslag voor die verlenging en geldt gewoon de standaardtermijn van zes maanden. Die termijn is in dit geval ruimschoots overschreden.

De situatie is extra nijpend omdat ook de maximale termijn van 21 maanden uit de Europese Procedurerichtlijn inmiddels is verstreken. Dit is een bijzondere omstandigheid die de rechtbank aanleiding geeft om een strenge deadline op te leggen: de minister moet zo snel mogelijk beslissen, uiterlijk twee weken na verzending van de uitspraak.

Om te zorgen dat de minister zich aan deze deadline houdt, legt de rechtbank een dwangsom op. Voor elke dag dat de minister na het verstrijken van de twee weken nog geen besluit heeft genomen, moet hij honderd euro betalen, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de asielzoeker, ter hoogte van 467 euro.

De uitspraak past in een reeks van vergelijkbare zaken waarbij rechters de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) tot spoed manen. De rechtbank benadrukt dat de asielzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. A.A. van Harmelen, al lang genoeg heeft gewacht op duidelijkheid over zijn verblijfsstatus.

Betrokken advocaten

mr. A.A. van Harmelen

eiser

Nolet Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 januari 2026

Zaaknummer

NL25.34541

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:179

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht