ECLI:NL:RBDHA:2026:2160, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, AWB 24/21437 — RBDHA:2026:2160
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het doel ‘medische behandeling’. Verweerder heeft besloten de aanvraag van eiser niet in behandeling te nemen. Verweerder heeft het daartegen ingediende bezwaar van eiser vervolgens niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit te laat zou zijn ingediend. Eiser is het hier niet mee eens. Hij stelt namelijk dat hij het primaire besluit niet op het postadres van zijn gemachtigde heeft ontvangen. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat dat het geval is. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. E. Sweerts
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:661, Rechtbank Den Haag, 14-01-2026, NL25.51671
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1454, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, 24.41930
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26712, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, C/09/692630 / FA RK 25-7529
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22054, Rechtbank Den Haag, 21-10-2025, C/09/691216 / JE RK 25-1562
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 24/21437
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2160