Rechtbank vernietigt asielafwijzing vanwege onvoldoende motivering — RBDHA:2026:2169
asielrecht / vluchtelingenstatus / terugkeer naar Somalië
Eiser / verzoeker
Eiser (naam geanonimiseerd), asielzoeker met Jemenitische en Somalische nationaliteit
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade, gezien zijn langdurige afwezigheid en het ontbreken van een sociaal netwerk aldaar.
- Verweerder mocht op basis van eisers eigen verklaringen aannemen dat hij naast de Jemenitische ook de Somalische nationaliteit heeft
- De gestelde persoonlijke bedreigingen door Al-Shabaab zijn terecht ongeloofwaardig bevonden wegens te summiere en te algemene verklaringen
- Het behoren tot de minderheidsclan Ashraf is onvoldoende voor vluchtelingenstatus
- Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade, gelet op meer dan twintig jaar afwezigheid en ontbreken van sociaal netwerk
Samenvatting
Een man die stelt de Jemenitische nationaliteit te hebben, maar ook als Somaliër wordt aangemerkt, kreeg zijn asielaanvraag in Nederland afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft die afwijzing nu vernietigd, maar niet op alle punten. De zaak draait om de vraag of de man bij terugkeer naar Somalië gevaar loopt.
De man, geboren in 1988, woonde tot 2003 in Mogadishu. Zijn vader werkte als reparateur voor Radio Mogadishu en werd in 2000 vermoord door Al-Shabaab omdat hij daardoor gelinkt werd aan de overheid. In 2003 vertrok zijn moeder met de kinderen naar Jemen. Zijn oudste broer keerde in 2013 terug naar Somalië en werd ook vermoord door Al-Shabaab. Zijn moeder overleed bij een bomaanslag en zijn jongste broer raakte vermist. De man zelf verliet Jemen in 2013 vanwege de oorlog daar, reisde via Egypte en Turkije naar Griekenland en vroeg in 2014 asiel aan in Zweden. Dat werd in 2017 afgewezen. In 2022 diende hij een nieuwe aanvraag in Nederland in.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als ongegrond. Volgens de minister had de man niet aannemelijk gemaakt dat hij zelf doelwit was van Al-Shabaab, omdat hij nooit voor de overheid had gewerkt. Zijn verklaringen over bedreigingen waren te vaag en te algemeen. Ook de vermissing van zijn jongste broer werd niet in verband gebracht met Al-Shabaab. Wel werd geloofd dat zijn vader en broer door Al-Shabaab zijn vermoord.
De rechtbank volgt de minister op de meeste punten. Dat de man naast zijn Jemenitische ook de Somalische nationaliteit heeft, acht de rechtbank voldoende gemotiveerd op basis van zijn eigen verklaringen. Ook de ongeloofwaardigheid van de Al-Shabaab-problemen voor hemzelf persoonlijk wordt door de rechter onderschreven: hij heeft te summier verklaard over de gestelde bedreigingen en had meer moeite kunnen doen om zijn verhaal te onderbouwen.
Toch sneuvelt de afwijzing op een ander punt. De man behoort tot de Ashraf, een minderheidsclan in Somalië. Hoewel dat op zichzelf onvoldoende is om hem als vluchteling aan te merken, had de minister wél moeten beoordelen of hij bij terugkeer reëel risico loopt op ernstige schade. De man is immers meer dan twintig jaar geleden uit Somalië vertrokken en heeft daar geen sociaal netwerk meer. Uit officiële landeninformatie blijkt dat dit soort situaties bij terugkeer tot grote problemen kan leiden. De minister heeft dit aspect onvoldoende meegewogen in de beslissing, aldus de rechtbank.
De rechtbank draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen, waarbij dit punt alsnog goed wordt gemotiveerd. De afwijzing van de asielaanvraag houdt in de huidige vorm dus geen stand.
Betrokken advocaten
mr. S. Franca
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:773, Rechtbank Den Haag, 08-01-2026, NL24.38136
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25579, Rechtbank Den Haag, 30-12-2025, NL25.58972
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14816, Rechtbank Noord-Holland, 05-12-2025, HAA 24/1083, 24/1082 en 24/1086
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22915, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, AWB 24/2532
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.27562
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2169