ECLI:NL:RBDHA:2026:3080, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL24.25407 — RBDHA:2026:3080
Samenvatting
Bezwaar tegen intrekking vtv kennelijk n-o, bezwaar te laat en geen verschoonbare redenen gebleken; ook afwijzing verlengingsaanvraag, niet binnen redelijke termijn verlenging gevraagd, afwijzing niet in strijd met 8 EVRM, overwegend in buitenland verbleven en mantelzorg voor echtgenoot niet aangetoond. Wel motiveringsgebrek tav horen in bezwaar en dus gg beroep maar rechtsgevolgen in stand gelaten door latere motivering.
Betrokken advocaten
mr. C.W.M. van Breda
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:23020, Rechtbank Den Haag, 25-10-2024, AWB24.13435
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:23019, Rechtbank Den Haag, 25-10-2024, AWB24.9624
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:15228, Rechtbank Den Haag, 29-07-2024, NL24.18812
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:15230, Rechtbank Den Haag, 29-07-2024, NL24.18813
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.25407
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3080