ECLI:NL:RBDHA:2026:3611, Rechtbank Den Haag, 23-02-2026, NL25.28503 — RBDHA:2026:3611
Samenvatting
Uitspraak van de meervoudige kamer over de algemene situatie in Syrië. De rechtbank is van oordeel dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling. Slechte humanitaire omstandigheden die het cumulatieve gevolg zijn van het jarenlange conflict in Syrië kunnen wel een rol spelen in de vraag of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft - gelet op de bijzonder veranderlijke en onzekere situatie - ten onrechte niet de meest actuele informatie betrokken in zijn aanvullende motivering op het besluit en geen aparte 3 EVRM-beoordeling gemaakt. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. E.P.C. van der Weijden
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:339, Rechtbank Den Haag, 08-01-2026, NL25.30809
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24560, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL23.27100
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26420, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL23.40089
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20888, Rechtbank Den Haag, 31-10-2025, NL25.29190
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.28503
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3611