Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:3611Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:3611, Rechtbank Den Haag, 23-02-2026, NL25.28503 — RBDHA:2026:3611

Samenvatting

Uitspraak van de meervoudige kamer over de algemene situatie in Syrië. De rechtbank is van oordeel dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling. Slechte humanitaire omstandigheden die het cumulatieve gevolg zijn van het jarenlange conflict in Syrië kunnen wel een rol spelen in de vraag of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft - gelet op de bijzonder veranderlijke en onzekere situatie - ten onrechte niet de meest actuele informatie betrokken in zijn aanvullende motivering op het besluit en geen aparte 3 EVRM-beoordeling gemaakt. Beroep gegrond.

Betrokken advocaten

mr. C.C. Smit

eiser

Pont en Wilg Advocaten, AMSTERDAM

mr. E.P.C. van der Weijden

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 februari 2026

Zaaknummer

NL25.28503

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:3611

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht