ECLI:NL:RBDHA:2026:3630, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.53325 — RBDHA:2026:3630
Samenvatting
Na behandeling van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op de zitting van 9 december 2025 hebben de rechtbank en de voorzieningenrechter op 18 december 2025 samen uitspraak gedaan. Daarbij heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Nadien is gebleken dat verzoeker op 18 december 2025 zijn verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingetrokken. De voorzieningenrechter verklaart - ambtshalve - zijn uitspraak van 18 december 2025 vervallen. Dit betekent dat die uitspraak wordt geacht niet te zijn gedaan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:445, Raad van State, 29-01-2026, BRS.25.002586
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4673, Raad van State, 01-10-2025, 202400984/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:13968, Rechtbank Den Haag, 23-07-2025, NL25.28520
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7523, Rechtbank Den Haag, 23-04-2025, NL25.15872
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.53325
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3630