Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:3680Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:3680, Rechtbank Den Haag, 25-02-2026, NL25.10011 — RBDHA:2026:3680

Samenvatting

Gevolgen van ‘kaal TKB’ zonder refoulementbeoordeling – eiseres heeft in haar TKB-gehoor verklaard te vrezen voor een 3 EVRM-schending indien zij moet terugkeren naar Colombia – De rechtbank stelt vast dat er geen refoulementrisico dreigt, maar stelt ook vast dat verweerder het refoulementrisico niet heeft beoordeeld voorafgaand aan het vaststellen van het TKB en dit pas nadien in een verweerschrift heeft gedaan. De rechtbank heeft in de einduitspraak na de verwijzing die tot het arrest Ararat heeft geleid geconcludeerd dat indien er geen refoulementbeoordeling heeft plaatsgevonden voordat het TKB werd vastgesteld en de verklaringen van de vreemdeling hiertoe wel aanleiding gaven, het TKB moet worden vernietigd maar dat de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven als er geen refoulementrisico dreigt. In die procedure was het TKB echter een besluitonderdeel van een meeromvattende beschikking en was sprake van een eerder vastgesteld TKB waarvan door de nieuwe procedure de rechtsgevolgen waren opgeschort. De Afdeling heeft deze conclusie in die einduitspraak bevestigd, maar heeft recent ook geoordeeld dat de rechtsgevolgen van een ‘kaal TKB’ in stand kunnen blijven indien het TKB moet worden vernietigd omdat er geen refoulementbeoordeling heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het vaststellen van het TKB. De rechtbank komt in deze uitspraak ten aanzien van een ‘kaal terugkeerbesluit’ tot een andere conclusie en wijkt daarmee af van de Afdelingsuitspraak. De rechtbank overweegt in dit verband dat het ‘besluit-begrip’ uit de Awb wordt beheerst door het nationale recht, maar dat richtlijn 2008/115, gelezen in samenhang met het Handvest en zoals verduidelijkt door het Hof, de regeling over het TKB bevat. Het TKB is dus een Unierechtelijk besluit en heeft een Unierechtelijke werking die daarom ook gevolgen heeft voor de andere lidstaten. “Rechtsgevolgen” die bestaan uit een Unierechtelijke terugkeerverplichting, kunnen niet zelfstandig bestaan zonder TKB en “rechtsgevolgen zonder TKB” kunnen bovendien niet worden geregistreerd in het SIS terwijl verweerder verplicht is om een terugkeerverplichting die hij oplegt wel te signaleren gelet op de gevolgen hiervan voor de andere lidstaten. In het onderhavige geval heeft bovendien te gelden dat het TKB de grondslag is voor het inreisverbod. Indien het TKB moet worden vernietigd omdat verweerder niet voorafgaand aan de vaststelling van het TKB het refoulementrisico heeft beoordeeld, kan verweerder geen inreisverbod opleggen terwijl hij wel een terugkeerverplichting oplegt en een termijn voor vrijwillig vertrek onthoudt. Uit de systematiek van richtlijn 2008/115 volgt, naar het oordeel van de rechtbank, dat de rechtbank het terugkeerbesluit moet vernietigen en dat verweerder verplicht is om een nieuw terugkeerbesluit vast te stellen en dat verweerder, indien hij wederom een vertrektermijn onthoudt, verplicht is om een inreisverbod uit te vaardigen. De rechtbank stelt hierover thans geen prejudiciële vraag omdat er verwijzingen van de Afdeling en deze rechtbank aanhangig zijn waarin om een nadere verduidelijking van richtlijn 2008/115 wordt gevraagd en niet uit te sluiten valt dat de arresten die in die procedures gewezen zullen worden de gewenste duidelijkheid reeds zullen verschaffen.

Betrokken advocaten

mr. S. Petkovic

eiser

Advocatenkantoor Petkovi?, AMSTERDAM-DUIVENDRECHT

mr. K. Boonen

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 februari 2026

Zaaknummer

NL25.10011

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:3680

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht