Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:4119Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4119, Rechtbank Den Haag, 02-03-2026, NL25.60162 — RBDHA:2026:4119

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij ongeloofwaardig heeft geacht dat de ex-partner van eiseres voor de CICPC werkte. De minister heeft ook niet voldoende gemotiveerd waarom de vrees van eiseres voor haar ex-partner, mede gelet op de artikelen 61 en 3 van het Verdrag van Istanbul3, niet aannemelijk is.

Betrokken advocaten

mr. M.B. van den Toorn-Volkers

eiser

Van den Toorn c.s., MADE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 maart 2026

Zaaknummer

NL25.60162

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:4119

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht