ECLI:NL:RBDHA:2026:4137, Rechtbank Den Haag, 09-02-2026, AWB 24/14112 — RBDHA:2026:4137
Samenvatting
Visum kort verblijf. Het beroep is gegrond, omdat de minister eiser ten onrechte geen gelegenheid heeft geboden om zijn bezwaarschrift aan te vullen. De rechtbank ziet aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten. De minister heeft in de nieuw aangevoerde omstandigheden en stukken geen aanleiding hoeven zien om alsnog uit te gaan van een zodanige sociale en economische binding van eiser met Marokko dat een tijdige terugkeer van eiser naar Marokko wordt gewaarborgd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:176, Gerechtshof Amsterdam, 23-01-2024, 200.317.645/01 en 200.317.652/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:4257, Rechtbank Amsterdam, 05-07-2023, C/13/735509 / KG ZA 23-528
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:690, Gerechtshof Amsterdam, 21-03-2023, 200.315.268/01 en 200.315.268/02
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:419, Gerechtshof Amsterdam, 21-02-2023, 200.316.888/01 en 200.316.888/02
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 24/14112
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4137