ECLI:NL:RBDHA:2026:4245, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, AWB 24/21097 — RBDHA:2026:4245
Samenvatting
Aanvraag verblijfsvergunning 'arbeid als zelfstandige' van een persoon met de Ethiopische nationaliteit. Eiser doet een beroep op de meestbegunstigingsclausule uit het Nederlands-Ethiopisch Handelsverdrag uit 1926. De rechtbank is van oordeel dat de meestbegunstigingsclausule kan worden aangemerkt als een ieder verbindend in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Het gebruik van de term ‘vestiging’ in het Handelsverdrag kan niet los worden gezien van het verblijfsrecht. Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat aan eiser geen verblijfsrecht toekomt op basis van het Handelsverdrag en moet beoordelen wat de meestbegunstigde natie in de zin van het Handelsverdrag is en of eiser aan de voorwaarden voldoet die voortvloeien uit het relevante andere bilaterale handelsverdrag. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. E.J.M.C. Jansen
eiser
mr. A. Abdi
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:5528, Rechtbank Den Haag, 16-03-2026, NL26.13297
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6013, Rechtbank Den Haag, 10-03-2026, NL25.61897 en NL25.61898
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5749, Rechtbank Den Haag, 06-03-2026, NL25.37729
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:7160, Rechtbank Den Haag, 04-03-2026, AWB 25/14011
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 24/21097
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4245