ECLI:NL:RBDHA:2026:5046, Rechtbank Den Haag, 10-03-2026, NL25.40171 en NL25.40172 — RBDHA:2026:5046
Samenvatting
Eiser komt uit Turkije. Hij vreest voor vervolging door de Turkse autoriteiten omdat hij door de autoriteiten als Gülenaanhanger zou worden gezien. Hij heeft asiel gevraagd in Nederland. Verweerder heeft dat afgewezen. Eiser is het daar niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft ten eerste niet goed gemotiveerd waarom eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Turkije. Ten tweede heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een afgeleide verblijfsvergunning asiel. Ten derde heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom het familie- en gezinsleven van eiser zich niet verzet tegen het opleggen van een terugkeerbesluit.
Betrokken advocaten
mr. A. Sarmastzada
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1408, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.57724 en NL25.57726
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2080, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.38322
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:843, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, NL25.18141 en NL25.18143
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.40171 en NL25.40172
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5046