ECLI:NL:RBDHA:2026:5507, Rechtbank Den Haag, 12-03-2026, NL26.3368 (beroep) en NL26.3369 (voorlopige voorziening) — RBDHA:2026:5507
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser, omdat verweerder Frankrijk daarvoor verantwoordelijk acht. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Hij voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag. Daarnaast beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank overweegt eerst dat zij de op 25 februari ingediende stukken wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laat. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder Frankrijk verantwoordelijk heeft kunnen achten voor de behandeling van eisers asielaanvraag. De stelling van eiser, dat het terugnameverzoek op een onjuiste grondslag is gebaseerd, treft geen doel. Ook heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om gebruik te maken van zijn in artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening neergelegde discretionaire bevoegdheid om eisers aanvraag onverplicht in behandeling te nemen. Eiser kan tot slot ook geen geslaagd beroep doen op het arrest Tarakhel. Het beroep van eiser is daarom ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hieronder wordt uitgelegd hoe de rechtbank en de voorzieningenrechter tot dit oordeel zijn gekomen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:17711, Rechtbank Den Haag, 12-09-2025, NL25.27493 en NL25.27494
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:12624, Rechtbank Noord-Holland, 04-12-2024, HAA24/7287 en HAA24/7303
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7994, Rechtbank Rotterdam, 22-08-2024, C/10/683694 / KG ZA 24-757
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:10628, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2022, 9906302 CV EXPL 22-16532
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.3368 (beroep) en NL26.3369 (voorlopige voorziening)
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5507