ECLI:NL:RBDHA:2026:6446, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.42233 (beroep) en NLL25.42234 (voorlopige voorziening) — RBDHA:2026:6446
Samenvatting
De minister kon niet zonder meer tot de conclusie komen dat de door eiser gestelde vrees voor vervolging door de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Irak niet aannemelijk is omdat de PKK is opgeheven. Voorts kon de minister niet zonder nader onderzoek en motivering de Koerdische Autonome Regio (KAR) en in het bijzonder het tentenkamp in [plaats 1] als een normale woon- en verblijfplaats aanmerken waar eiser naartoe kan terugkeren in Irak. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister aan eiser, die een geldige Griekse vluchtelingenstatus heeft, geen terugkeerbesluit naar Irak kon uitvaardigen.
Betrokken advocaten
mr. K. Kanters
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2084, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, AWB 24/1031
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:689, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.45551
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6378, Raad van State, 24-12-2025, 202401527/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24719, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.33916
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.42233 (beroep) en NLL25.42234 (voorlopige voorziening)
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6446