Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6693Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter stuit op mogelijke fraude bij massale asielaanvragen via zelfstandigen-route — RBDHA:2026:6693

asiel en migratie / verblijfsvergunning zelfstandigen / EU-Turkije associatierecht / niet-ontvankelijkheid griffierecht

Eiser / verzoeker

Verzoeker (onbekende woon- of verblijfplaats)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht, zonder inhoudelijke beoordeling.

  • Griffierecht van €194,- werd niet betaald; aangetekende brief retour ontvangen als onbestelbaar
  • Zelfde postadres opgevoerd in minstens 19 vergelijkbare zaken; verzoeker onbekend in de BRP
  • In 17 zaken werd hetzelfde ondernemingsplan ingediend, in dit geval zelfs met een andere naam erin
  • Voorzieningenrechter acht niet-betaling griffierecht niet verontschuldigbaar gelet op patroon van mogelijke fraude
  • Uitspraak gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb; geen hoger beroep mogelijk

Samenvatting

Een verzoek om een voorlopige voorziening van een vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard door de voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag. De zaak draait om een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, waarbij de aanvrager een beroep deed op het associatierecht EU-Turkije. De minister van Asiel en Migratie had die aanvraag afgewezen, waarna bezwaar werd gemaakt en tegelijkertijd een voorlopige voorziening werd aangevraagd bij de rechter.

De aanleiding voor de niet-ontvankelijkheid is simpel: het griffierecht van €194,- werd niet betaald. De brief van de griffie, die aangetekend was verzonden naar het opgegeven postadres van de verzoeker, kwam onbestelbaar terug. Normaal gesproken kan het niet betalen van griffierecht in bepaalde gevallen verontschuldigbaar zijn, maar de voorzieningenrechter zag in dit geval geen enkele reden daarvoor.

Dat had alles te maken met een opvallend patroon dat de griffie ontdekte. In maar liefst 19 vergelijkbare zaken, allemaal van vreemdelingen die een aanvraag voor arbeid als zelfstandige hadden ingediend met een beroep op het EU-Turkije associatierecht, werd hetzelfde postadres in dezelfde plaats opgevoerd. Uit onderzoek via Google Maps bleek het te gaan om een bedrijventerrein met meerdere bedrijven op hetzelfde adres. De verzoeker bleek ook niet ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen, waardoor zijn werkelijke verblijfplaats geheel onduidelijk was.

Nog opvallender was wat de voorzieningenrechter aantrof bij inhoudelijke vergelijking van de ingediende stukken. In 17 van de zaken bleek hetzelfde ondernemingsplan te zijn gebruikt. In de zaak van deze verzoeker was zelfs de naam van een andere vreemdeling niet uit dat plan verwijderd. Ook de verzoekschriften zelf vertoonden volgens de rechter grote gelijkenissen in inhoud en opmaak. Dit alles wees sterk op georganiseerde, mogelijk frauduleuze indiening van juridische procedures.

De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting, wat mogelijk is wanneer een verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Het verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard en er volgde geen inhoudelijke beoordeling van de zaak. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

25/24264

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6693

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht