ECLI:NL:RBDHA:2026:6698, Rechtbank Den Haag, 26-03-2026, NL25.63718 — RBDHA:2026:6698
Samenvatting
Eiser heeft in de onderhavige opvolgende asielaanvraag opnieuw gesteld een Palestijn uit Syrië te zijn. Verweerder heeft van de Jordaanse nationaliteit kunnen uitgaan, nu eiser met een Jordaans paspoort een visum heeft verkregen en ook een laissez-passer voor Jordanië is afgegeven. De rechtbank verwijst naar het oordeel van de rechtbank in de eerdere asielprocedure. Verweerder heeft terecht betrokken dat eiser eerder valse documenten heeft overlegd. Verder heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de gestelde homoseksuele gerichtheid en afvalligheid niet geloofwaardig zijn. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. L.F. Ludwig
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:721, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, NL25.35143
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:524, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, NL25.24132
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23984, Rechtbank Den Haag, 15-12-2025, NL25.59292
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27229, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, NL25.55971
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.63718
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6698