Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6816Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter blokkeert overdracht kankerpatiënte aan Duitsland — RBDHA:2026:6816

Dublin-overdracht asiel / medische omstandigheden / soevereiniteitsclausule

Eiser / verzoeker

Asielzoekers (echtpaar)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond, bestreden besluit vernietigd; minister moet nieuw besluit nemen en mag eisers niet overdragen aan Duitsland zolang de behandeling van eiseres loopt (tot oktober 2026); minister veroordeeld tot €1.868 proceskosten.

  • Minister heeft onvoldoende gewicht toegekend aan het belang van eiseres bij het afronden van haar lopende immuuntherapie (negen van zeventien kuren) bij toepassing van de discretionaire bevoegdheid ex artikel 17 Dublinverordening.
  • De situatie voldoet niet aan de hoge drempel van het C.K.-arrest voor een overdrachtsverbod wegens medische omstandigheden, maar dat sluit toepassing van de soevereiniteitsclausule niet uit.
  • Onduidelijkheid over wanneer en hoe de behandeling in Duitsland kan worden hervat, terwijl het risico op terugkeer van kanker en overlijden bij onderbreking op termijn toeneemt, vormt een bijzondere individuele omstandigheid.
  • Besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb); minister mag eisers niet overdragen aan Duitsland tot oktober 2026.

Samenvatting

Een asielzoekster die midden in een kankertherapie zit, mag voorlopig niet worden overgedragen aan Duitsland. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de minister van Asiel en Migratie onvoldoende rekening heeft gehouden met haar ernstige medische situatie bij de beslissing om haar asielaanvraag niet in Nederland te behandelen.

De vrouw en haar partner vroegen asiel aan in Nederland, maar de minister weigerde de aanvraag in behandeling te nemen. Op grond van de Europese Dublinverordening had Duitsland zich al verantwoordelijk gesteld voor hun aanvraag, waarna Nederland besloot hen terug te sturen. De vrouw heeft borstkanker waarvoor zij is geopereerd en bestraald. Op het moment van de uitspraak had zij al negen van de zeventien immuuntherapiekuren ondergaan. Daarnaast lijdt ze aan diabetes, een traag werkende schildklier en hoge bloeddruk.

Haar internist-oncoloog had in een brief laten weten dat stoppen met de immuuntherapie niet direct tot achteruitgang leidt, maar dat het risico op terugkeer van de ziekte en op overlijden op de langere termijn wel groter wordt. Het medisch advies was dan ook om de therapie volledig af te ronden. De behandeling duurt naar verwachting tot oktober 2026.

De rechtbank stelde vast dat de minister weliswaar terecht oordeelde dat de situatie niet zo ernstig was dat hij verplicht was de aanvraag in Nederland te behandelen — dat vereist een veel hogere drempel, zoals blijkt uit Europese rechtspraak. Maar de minister heeft ook een eigen bevoegdheid om een asielverzoek vrijwillig naar zich toe te trekken als overdracht aan een andere lidstaat 'van onevenredige hardheid getuigt'. Die bevoegdheid gebruikte hij niet, en dat ging volgens de rechtbank te ver.

De rechtbank benadrukte dat vaststaat dat de vrouw ernstig ziek is en dat zij bij overdracht haar lopende behandeling moet onderbreken. Hoewel Duitsland in principe adequate medische zorg biedt, is onduidelijk wanneer en onder welke omstandigheden de therapie daar kan worden hervat. De minister had aan het belang van de vrouw om haar behandeling in Nederland af te kunnen ronden meer gewicht moeten toekennen.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van de minister en droeg hem op een nieuw besluit te nemen. Omdat de behandeling tot oktober 2026 loopt, betekent de uitspraak in de praktijk dat overdracht aan Duitsland voorlopig niet is toegestaan. De minister werd ook veroordeeld tot betaling van €1.868 aan proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. H. Postma

eisers

Het Raadskwartier Advocaten, GRONINGEN

mr. P. Boelhouwer

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Zaaknummer

NL25.61524

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6816

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht