Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6859Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:6859

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen zestien weken te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en veroordeeld tot betaling van €467 proceskosten.

  • Beslistermijn op asielaanvraag van 30 juli 2025 was verstreken; beroep wegens niet tijdig beslissen is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
  • Rechtbank legt nieuwe beslistermijn van zestien weken op op basis van het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak.
  • Rechterlijke dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000.
  • Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467.

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd besliste op zijn asielaanvraag van 30 juli 2025. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, deed uitspraak zonder zitting en verklaarde het beroep kennelijk gegrond.

Nadat de wettelijke beslistermijn was verstreken, had de asielzoeker de minister nog eens formeel gevraagd om binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. De minister reageerde echter niet, waarop de asielzoeker beroep instelde bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.

De rechtbank stelde vast dat het uitblijven van een besluit in strijd is met de wet. Bij het vaststellen van een nieuwe termijn hield de rechter rekening met het zogeheten '8+8 wekenmodel', een methode die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorschrijft voor dit soort situaties. Dat model leidt in dit geval tot een totale nieuwe beslistermijn van zestien weken.

Om naleving af te dwingen, legde de rechtbank een dwangsom op van honderd euro per dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van vijftienduizend euro. Ook moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, die zijn vastgesteld op 467 euro.

De minister krijgt daarmee zestien weken de tijd om alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak. Doet hij dat niet, dan loopt de dwangsom op tot maximaal vijftienduizend euro.

Betrokken advocaten

mr. R. Roelofsen

eiser

Het Noorderhuis Advocaten, GRONINGEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

NL26.11704

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6859

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht