Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6864Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Minister opnieuw te laat met asielbesluit, dwangsom dreigt — RBDHA:2026:6864

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen acht weken een besluit nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €233,50 aan proceskosten vergoeden.

  • Minister heeft de eerder door de rechtbank opgelegde beslistermijn van acht weken opnieuw niet gehaald, waardoor het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond is.
  • Bij een tweede beroep over dezelfde aanvraag is geen nieuwe ingebrekestelling vereist.
  • Rechtbank legt opnieuw een beslistermijn van acht weken op en handhaaft de dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.
  • Proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €233,50 met wegingsfactor 0,25, omdat een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen minder inspanning vergt dan een eerste beroep.

Samenvatting

Een asielzoeker heeft voor de tweede keer met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd een beslissing heeft genomen op zijn asielaanvraag van november 2023. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verklaarde het beroep gegrond.

Eerder, in juli 2025, had de rechtbank in een eerste beroepsprocedure al vastgesteld dat de minister te laat was. Toen werd de minister opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, op straffe van een dwangsom van honderd euro per dag met een maximum van vijftienduizend euro. Desondanks liet de minister ook die nieuwe deadline verstrijken zonder een besluit te nemen op de aanvraag van de asielzoeker.

In deze tweede beroepsprocedure hoefde de asielzoeker geen nieuwe ingebrekestelling in te dienen — dat is bij een opvolgend beroep over dezelfde aanvraag niet vereist. De rechtbank stelde vast dat de eerder opgelegde beslistermijn opnieuw niet was gehaald en verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond.

Bij het bepalen van een nieuwe termijn hield de rechtbank rekening met het zogenoemde '8+8 wekenmodel' dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert. Omdat de wettelijke maximale beslistermijn van 21 maanden inmiddels ruimschoots is overschreden, achtte de rechtbank een kortere termijn passend. Toch legde de rechter opnieuw een termijn van acht weken op, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak.

Ook de dwangsom blijft gelijk: honderd euro per dag dat de minister de nieuwe deadline overschrijdt, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden. Omdat een tweede beroep wegens niet tijdig beslissen doorgaans minder werk oplevert dan een eerste, stelde de rechtbank de vergoeding lager vast dan gebruikelijk — de minister moet 233,50 euro aan proceskosten betalen.

Betrokken advocaten

mr. L.J.H. Hoven-Kohl

eiser

Hoven & Selbach Advocaten, MAASTRICHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

NL26.12022

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6864

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht