Rechter laat bewaring vreemdeling voortduren na periodieke toets — RBDHA:2026:6879
vreemdelingenbewaring / periodieke rechterlijke toetsing
Eiser / verzoeker
Vreemdeling (onbekende naam, v-nummer vermeld)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep ongegrond verklaard; de vreemdelingenbewaring mag voortduren.
- De vervolgkennisgeving van de minister na 75 dagen wordt door de rechtbank gelijkgesteld aan een beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van de bewaring.
- De rechtmatigheid van de bewaring wordt alleen beoordeeld over de periode na het sluiten van het vorige onderzoek (31 december 2025).
- De vreemdeling heeft geen gronden ingediend; ook ambtshalve toetsing levert geen grond op voor onrechtmatigheid.
- De maatregel van bewaring voldoet nog steeds aan de wettelijke rechtmatigheidsvoorwaarden.
Samenvatting
Een vreemdeling zit al sinds 9 oktober 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van de Vreemdelingenwet. De maatregel is bedoeld om uitzetting mogelijk te maken. De bewaring was eerder al twee keer door de rechtbank getoetst en rechtmatig bevonden, voor het laatst op 7 januari 2026.
Na meer dan 75 dagen zonder nieuw beroep stuurde de minister van Asiel en Migratie in maart 2026 een zogeheten vervolgkennisgeving naar de rechtbank. Daarin vroeg de minister de rechter opnieuw te beoordelen of de bewaring kon voortduren. De wet verplicht tot zo'n periodieke rechterlijke controle, ook al heeft de vreemdeling zelf geen nieuw beroep ingesteld. De rechtbank behandelde die kennisgeving daarom als een beroep namens de vreemdeling.
De rechtbank deed de zaak zonder zitting af. De vreemdeling had geen inhoudelijke gronden ingediend tegen het voortduren van de bewaring. Ook ambtshalve — dus op eigen initiatief — zag de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de rechtmatigheid. De door de minister aangeleverde voortgangsrapportage gaf geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De bewaring mag daarmee voortduren en de vreemdeling heeft geen recht op vergoeding van proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:986, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, NL25.55546 en NL25.55548
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:138, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.63299
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26381, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.24914
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26420, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL23.40089
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.15001
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6879