Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6916Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Naturalisatie geweigerd vanwege taakstraf van 40 uur en lopende proeftijd — RBDHA:2026:6916

naturalisatie / openbare orde / Rijkswet op het Nederlanderschap

Eiser / verzoeker

Verzoeker om naturalisatie (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep is ongegrond verklaard; de weigering van de naturalisatie blijft in stand.

  • Taakstraf van 40 uur overschrijdt de beleidsgrens van 36 uur uit de Handleiding RWN, wat leidt tot het vermoeden van gevaar voor de openbare orde
  • Eiser bevond zich ten tijde van het bestreden besluit nog in zijn proeftijd, wat zelfstandig grond biedt voor weigering van naturalisatie
  • De minister mocht bij de motivering volstaan met verwijzing naar de beleidsregel; aanvullende motivering per geval is niet vereist op grond van artikel 4:82 Awb
  • Persoonlijke omstandigheden (minderjarigheid, gevolgen weigering) zijn al door de strafrechter betrokken of mogen bij naturalisatiebeoordeling niet worden meegewogen
  • Afzien van horen in bezwaar was toegestaan omdat sprake was van een kennelijk ongegrond bezwaar

Samenvatting

Een man vroeg in september 2024 de Nederlandse nationaliteit aan via naturalisatie. De minister van Asiel en Migratie weigerde dat verzoek, omdat de man in 2022 door de strafrechter was veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur — met 20 dagen jeugddetentie voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Die proeftijd liep door tot september 2025, en was dus nog niet verstreken op het moment dat de minister besliste op het naturalisatieverzoek.

Volgens de wet kan naturalisatie worden geweigerd als er ernstige vermoedens bestaan dat iemand een gevaar vormt voor de openbare orde. De minister hanteert daarvoor beleid dat is vastgelegd in de zogeheten Handleiding RWN. Daarin staat onder meer dat een taakstraf van 36 uur of meer automatisch als zo'n ernstig vermoeden geldt, evenals het feit dat iemand zich nog in een proeftijd bevindt. Aan beide voorwaarden was in dit geval voldaan: de taakstraf bedroeg 40 uur en de proeftijd liep nog.

De man ging in bezwaar en vervolgens in beroep bij de rechtbank Den Haag. Hij voerde aan dat de grens van 36 uur willekeurig en onredelijk is, en dat de minister die keuze beter had moeten motiveren. De rechtbank verwierp dat standpunt. Zij oordeelde dat de Handleiding RWN een beleidsregel is waarop de minister zich mag beroepen zonder aanvullende uitleg per geval. Bovendien is in de handleiding zelf toegelicht waarom die grens is gekozen: die sluit aan bij de omzettabel van het Openbaar Ministerie, die ook bij geldboetes wordt gebruikt om de zwaarte van een straf te bepalen.

De man stelde verder dat zijn persoonlijke omstandigheden aanleiding hadden moeten zijn om van het beleid af te wijken. Hij wees op zijn minderjarigheid ten tijde van het delict en op de financiële en emotionele gevolgen van de afwijzing, onder meer in verband met de aankoop van een woning in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat de strafrechter zijn jeugdige leeftijd en de omstandigheden van het delict al had meegewogen bij het opleggen van de straf. De minister mocht daarnaar verwijzen zonder die beoordeling over te doen. De gevolgen van de weigering — zoals de woningkwestie — mogen bij de naturalisatiebeoordeling helemaal niet worden meegenomen, aldus de rechtbank.

Ook het verwijt dat de man in de bezwaarfase ten onrechte niet was gehoord, trof geen doel. De rechtbank stelde vast dat zijn bezwaar kennelijk ongegrond was: al uit het bezwaarschrift zelf bleek dat de argumenten niet zouden slagen, zodat een hoorzitting achterwege mocht blijven.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De man krijgt zijn griffierecht niet terug en ontvangt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. G.J. Dijkman

eiser

Pieters Advocaten, UTRECHT

mr. R.M. Koning

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

AWB 25-4193

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6916

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht