ECLI:NL:RBDHA:2026:7121, Rechtbank Den Haag, 27-03-2026, NL25.24480 — RBDHA:2026:7121
Samenvatting
De rechtbank ziet aanleiding prejudiciële vragen te stellen in het volgende geval. Als de gestelde nationaliteit en herkomst van de vreemdeling niet geloofwaardig wordt geacht in een asielprocedure, ontstaat een schijnbaar tegenstrijdige situatie. Enerzijds is verweerder verplicht minimaal één land van bestemming te noemen. Anderzijds lijkt niet (goed) mogelijk om dan een refoulementbeoordeling te maken. Het risico op refoulement lijkt slechts realistisch te kunnen worden onderzocht tegen de achtergrond van een aannemelijke nationaliteit en herkomst van de vreemdeling. Denkbaar is dat een minder volledige refoulementbeoordeling wordt gemaakt in dit soort gevallen, aan bijvoorbeeld de hand van de algemene (veiligheids)situatie van een land van terugkeer, al dan niet voor specifieke groepen mensen. De vragen: - moet in een situatie als deze op het moment van de vaststelling van een terugkeerbesluit een refoulementbeoordeling worden gemaakt waarbij wordt uitgegaan van het land van bestemming dat in het terugkeerbesluit is vermeld, ook al staat niet vast dat de vreemdeling de nationaliteit heeft van of afkomstig is uit dat land en daar ook naar zal terugkeren? - indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: moet in dat geval een refoulementbeoordeling worden gemaakt alsof de nationaliteit en herkomst wel vaststaan, of kan worden volstaan met een beoordeling die alleen is gebaseerd op de algemene situatie in het land van bestemming, al dan niet in combinatie met hetgeen bekend is over de vreemdeling? Is daarbij onderscheid te maken in de beoordeling die het bestuursorgaan en de rechter in die situatie moeten maken en, zo ja, op welke wijze?
Betrokken advocaten
mr. S.S.H. Orsel
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6680, Rechtbank Den Haag, 20-03-2026, NL26.11826
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5998, Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, NL25.39700
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5046, Rechtbank Den Haag, 10-03-2026, NL25.40171 en NL25.40172
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4804, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, NL24.8717
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.24480
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7121