Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7129Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na te lang wachten — RBDHA:2026:7129

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (anoniem)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen twee weken beslissen op de asielaanvraag, met een dwangsom van €100 per dag (max. €15.000) bij overschrijding, en moet €467 proceskosten vergoeden.

  • De verlenging van de beslistermijn met negen maanden via WBV 2023/3 is onvoldoende gemotiveerd en mist daardoor rechtsgrond; de geldende termijn blijft zes maanden.
  • De maximale termijn van 21 maanden uit de Europese Procedurerichtlijn is overschreden, wat de rechtbank aanmerkt als bijzondere omstandigheid.
  • Rechterlijke dwangsom van €100 per dag (max. €15.000) opgelegd om tijdige besluitvorming af te dwingen.
  • Proceskosten vastgesteld op €467, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast omdat de zaak uitsluitend gaat over het niet tijdig beslissen.

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd een beslissing heeft genomen over zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn ruimschoots was overschreden en droeg de minister op alsnog binnen twee weken een besluit te nemen.

Volgens de wet moet de overheid binnen zes maanden na ontvangst van een asielaanvraag een beslissing geven. De minister had geprobeerd die termijn met negen maanden te verlengen via een beleidswijziging, maar de rechtbank verwierp die verlenging. De motivering voor de verlenging schoot tekort, waardoor de wettelijke termijn van zes maanden bleef gelden. Bovendien was ook de maximale termijn van 21 maanden uit de Europese Procedurerichtlijn al ruim overschreden, een omstandigheid die de rechtbank als bijzonder zwaar aanmerkte.

De eiser had de minister eerder schriftelijk in gebreke gesteld, wat een vereiste is voordat beroep kan worden ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Aan die voorwaarden was voldaan, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond werd verklaard.

Om de minister aan te sporen snel te handelen, legde de rechtbank een dwangsom op: voor elke dag dat de minister de nieuwe termijn van twee weken overschrijdt, verbeurt hij honderd euro, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de eiser vergoeden. Die kosten werden vastgesteld op 467 euro, wat neerkomt op een half punt voor het indienen van het beroepschrift — een lager tarief omdat de zaak uitsluitend ging over het niet tijdig beslissen.

Betrokken advocaten

mr. H.A.C. Klein Hesselink

eiser

Advocatenkantoor Klein Hesselink, TERNEUZEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

NL25.53232

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7129

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht