Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7132Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter verhoogt dwangsom na tweede keer te laat beslissen op nareis — RBDHA:2026:7132

nareis / niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (nareisaanvraag voor familieleden)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet uiterlijk 6 mei 2026 beslissen op de nareisaanvraag, op straffe van een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • Tweede beroep tegen niet tijdig beslissen is gegrond: minister heeft ook na rechterlijk bevel uit maart 2025 geen besluit genomen op de nareisaanvraag
  • Geen nieuwe ingebrekestelling vereist omdat de bestuursrechter al eerder een termijn had gesteld die niet is nageleefd
  • Dwangsom verhoogd van €100 naar €200 per dag omdat de eerder opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel bleek
  • Nieuwe beslistermijn vastgesteld op 6 mei 2026, rekening houdend met het door de minister verleende uitstel tot 8 april 2026 voor aanvulling van het dossier
  • Griffierecht vrijgesteld wegens betalingsonmacht; proceskosten van €467 ten laste van de minister

Samenvatting

Een asielzoeker wacht al jaren op een beslissing van de minister van Asiel en Migratie over de nareisaanvraag voor drie familieleden. Ondanks een rechterlijk bevel en een eerder opgelegde dwangsom heeft de minister nog steeds geen besluit genomen, wat heeft geleid tot een tweede rechtszaak.

De zaak begon met een beroep in februari 2025, waarbij de man klaagde dat de minister te lang niets deed met zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor drie naasten. In maart 2025 gaf de rechtbank hem gelijk: de minister moest binnen acht weken beslissen, anders oplopend twintig weken als nader onderzoek nodig was. De rechtbank legde toen al een dwangsom op van honderd euro per dag, met een maximum van vijftienduizend euro.

Die dwangsom sorteerde onvoldoende effect. Eind oktober 2025 stapte de man opnieuw naar de rechter, omdat er nog altijd geen besluit lag. De minister erkende dit in zijn verweerschrift, maar legde uit dat hij de aanvrager pas in maart 2026 had gevraagd zijn dossier aan te vullen. De man vroeg vervolgens om uitstel voor het aanleveren van die informatie, wat hem werd gegund tot 8 april 2026.

De rechtbank verklaarde ook dit tweede beroep gegrond. Om de minister voldoende tijd te geven voor een zorgvuldige beslissing, stelde zij een nieuwe deadline vast: uiterlijk 6 mei 2026, vier weken na de datum waarop de aanvrager de gevraagde documenten moet inleveren. Tegelijk trok de rechtbank de conclusie dat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel had gegeven en verdubbelde deze naar tweehonderd euro per dag bij overschrijding van de nieuwe termijn, opnieuw met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de man vergoeden: 467 euro voor juridische bijstand.

Betrokken advocaten

mr. A. Khalaf

eiser

Antoin Khalaf | Human Rights | Migration Law, ZWOLLE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

NL25.53043

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7132

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht