ECLI:NL:RBDHA:2026:7137, Rechtbank Den Haag, 23-03-2026, NL23.31101 — RBDHA:2026:7137
Samenvatting
Uitspraak van de meervoudige kamer over onder meer de algemene veiligheidssituatie in Syrië. Eiser is afkomstig uit Syrië. Hij heeft een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder vindt dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Verweerder vindt ook dat eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet goed heeft gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld, als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, in Syrië van toepassing is. Het beroep is dus gegrond. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op de asielaanvraag van eiser.
Betrokken advocaten
mr. M. van Kersbergen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6881, Rechtbank Den Haag, 27-03-2026, NL24.39266
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:2184, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-03-2026, 02-224646-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2808, Rechtbank Noord-Holland, 19-03-2026, 24-6042
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2802, Rechtbank Amsterdam, 17-03-2026, 23/2136
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.31101
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7137