Eritrese vrouw krijgt geen verblijfsvergunning bij echtgenoot in Nederland — RBDHA:2026:7138
gezinshereniging / mvv-aanvraag / middelenvereiste zelfstandige ondernemer
Eiser / verzoeker
Eritrese vrouw (eiseres)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het beroep van de Eritrese vrouw tegen de afwijzing van haar mvv-aanvraag is ongegrond verklaard; de verblijfsvergunning wordt niet verleend.
- Het inkomen van de echtgenoot als zelfstandige is niet duurzaam omdat zijn onderneming pas op 1 juli 2024 is gestart en de vereiste periode van anderhalf jaar nog niet is verstreken.
- Een resttoets om alsnog aan het middelenvereiste te voldoen is niet uitgevoerd, omdat geen concrete omstandigheden zijn aangevoerd die daartoe aanleiding gaven.
- De objectieve belemmering om het gezinsleven in Eritrea uit te oefenen wordt erkend, maar het gezinsleven kan volgens de minister worden voortgezet in Uganda, hetgeen door eiseres niet is betwist.
- De rechtbank oordeelt dat de minister bij de artikel 8 EVRM-afweging alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen en de uitkomst voldoende heeft gemotiveerd.
Samenvatting
Een Eritrese vrouw die in Uganda verblijft als erkend vluchteling, wilde via een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) naar Nederland komen om bij haar echtgenoot te wonen. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. De minister van Asiel en Migratie weigerde de aanvraag omdat de echtgenoot niet voldoet aan het inkomensvereiste.
De echtgenoot werkt als zelfstandige ondernemer, maar zijn bedrijf is pas op 1 juli 2024 van start gegaan. Volgens de Nederlandse vreemdelingenwetgeving moeten inkomsten uit zelfstandig ondernemerschap minstens anderhalf jaar aantoonbaar zijn voordat ze als 'duurzaam' worden beschouwd. Aan die termijn was ten tijde van het besluit nog niet voldaan. De vrouw en haar echtgenoot probeerden dit te weerleggen met loonstroken en een verklaring als zelfstandige ondernemer, maar de rechtbank oordeelde dat daarmee de vereiste periode van achttien maanden niet was aangetoond.
Naast het inkomensvereiste beriep de vrouw zich op het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ze voerde aan dat het gezinsleven niet in Eritrea kan worden uitgeoefend, omdat haar echtgenoot eerder een asielvergunning had en zij zelf als vluchteling in Uganda verblijft. De minister erkende dat er inderdaad een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Eritrea te leiden. Toch stelde de minister dat het gezinsleven wél in Uganda zou kunnen worden voortgezet, en de vrouw betwistte dat niet.
De rechtbank toetste of de minister bij de afweging alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen. Daarbij gold dat het hier gaat om een eerste toelating — de vrouw heeft nooit eerder een verblijfsvergunning in Nederland gehad. Ook het economisch belang van Nederland mocht worden meegewogen, nu de echtgenoot niet voldeed aan het inkomensvereiste. De rechtbank oordeelde dat de minister de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en voldoende heeft gemotiveerd waarom het algemeen belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de vrouw en haar echtgenoot.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vrouw krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Betrokken advocaten
mr. S.J.R.R. Brock
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2019, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.44260
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2018, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.20064
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1978, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL21.10107
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2023, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL24.9916
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.24204
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7138