Minister betaalt proceskosten na te laat beslissen op asielaanvraag — RBDHA:2026:7153
asiel / niet-tijdig beslissen / proceskostenveroordeling
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Verweerder (minister van Asiel en Migratie) veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.
- Minister besliste pas op de asielaanvraag nadat voor de derde keer beroep wegens niet-tijdig beslissen was ingesteld.
- Nu de minister hangende het beroep alsnog een besluit nam, is hij de asielzoeker tegemoetgekomen en zijn proceskosten verschuldigd.
- Rechtbank past wegingsfactor 'licht' (0,5) toe omdat het beroep uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit.
- Proceskosten vastgesteld op €467; griffierecht van €194 moet verzoeker apart bij de minister claimen.
Samenvatting
Een asielzoeker diende op 31 oktober 2023 een aanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. Meer dan twee jaar later had de minister nog steeds geen besluit genomen — ondanks twee eerdere beroepsprocedures bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen. Op 27 november 2025 stelde de asielzoeker voor de derde keer beroep in vanwege dit uitblijven.
Pas op 10 maart 2026, terwijl het derde beroep liep, nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag. Daarmee was weliswaar aan de kern van het beroep tegemoetgekomen, maar de verzoeker had inmiddels voor de derde keer een advocaat moeten inschakelen en juridische kosten moeten maken om de minister tot actie te dwingen.
De asielzoeker trok het beroep in, maar verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank in Middelburg oordeelde dat dit verzoek kennelijk gegrond is: de minister heeft immers te laat beslist en heeft dat pas rechtgezet doordat er opnieuw een beroepsprocedure liep. Daarmee is de minister de asielzoeker tegemoetgekomen in de zin van de wet.
Bij de berekening van de proceskosten paste de rechtbank een lichte wegingsfactor toe, omdat het beroep uitsluitend ging over het niet tijdig nemen van een besluit — een relatief eenvoudige zaak in procedureel opzicht. De minister werd veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister op grond van de wet ook verplicht is het door de asielzoeker betaalde griffierecht van €194 te vergoeden; daarvoor moet de asielzoeker zich rechtstreeks tot de minister wenden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6000, Raad van State, 10-12-2025, 202405442/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5167, Raad van State, 30-10-2025, BRS.25.001605
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19336, Rechtbank Den Haag, 22-10-2025, NL25.33915
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21513, Rechtbank Den Haag, 16-10-2025, 24.23513
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.58343
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7153