Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7167Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt IND te beslissen op te lang uitgestelde asielaanvraag — RBDHA:2026:7167

Asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (anoniem)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen twee weken beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • De verlenging van de beslistermijn met negen maanden op basis van WBV 2023/3 is onvoldoende gemotiveerd en mist rechtsgeldige basis; de wettelijke termijn blijft zes maanden.
  • De Europese maximumtermijn van 21 maanden (artikel 31 lid 5 Procedurerichtlijn) was al op 7 oktober 2025 verstreken, wat een bijzondere omstandigheid oplevert.
  • Rechterlijke dwangsom vastgesteld op €100 per dag met een maximum van €15.000 als de minister niet binnen twee weken beslist.
  • Proceskosten vergoed op basis van een wegingsfactor 0,5 (licht gewicht) voor €467.

Samenvatting

Een asielzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) met succes beroep ingesteld omdat de immigratiedienst IND veel te lang heeft gewacht met een beslissing op zijn asielaanvraag. De zaak draait om een klassiek probleem in het Nederlandse asielrecht: de overheid beslist niet binnen de wettelijke termijn, waarna de asielzoeker de rechter moet inschakelen om die beslissing alsnog af te dwingen.

Volgens de Vreemdelingenwet moet de minister van Asiel en Migratie in principe binnen zes maanden na indiening van een asielaanvraag een beslissing nemen. De IND had geprobeerd deze termijn te verlengen met negen extra maanden op basis van een beleidsbesluit uit 2023 (WBV 2023/3). De rechtbank veegt deze verlenging echter van tafel: die is onvoldoende onderbouwd en mist daarmee een rechtsgeldige basis. De geldende beslistermijn bleef dus zes maanden.

Bovendien stelde de rechtbank vast dat de uiterste termijn van 21 maanden die de Europese Procedurerichtlijn als absolute grens stelt, al op 7 oktober 2025 was verstreken. Daarmee is de situatie extra urgent. De asielzoeker had de IND eerder al schriftelijk in gebreke gesteld — een formele aanmaning die vereist is voordat beroep kan worden ingesteld — en wachtte daarna de wettelijk verplichte twee weken af voordat hij naar de rechter stapte. Aan alle formele vereisten was dus voldaan.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het 'besluit' dat de IND geacht wordt te hebben genomen door simpelweg niets te doen. De minister krijgt nu twee weken de tijd om alsnog een inhoudelijke beslissing bekend te maken. Doet hij dat niet op tijd, dan loopt er een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000. Ook moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden: €467.

Betrokken advocaten

mr. M.C.M.E. Schijvenaars

eiser

Schijvenaars & Aerts Advocaten, VLISSINGEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Zaaknummer

NL25.38312

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7167

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht