Belarussische asielzoeker verliest beroep na herhaald wegblijven gehoor — RBDHA:2026:7176
asielrecht / buiten behandeling stellen asielaanvraag
Eiser / verzoeker
Belarussische asielzoeker
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het beroep is ongegrond verklaard; de asielaanvraag van eiser blijft buiten behandeling gesteld.
- Asielaanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser niet verscheen bij nader gehoor en drie keer niet bij medische keuringen
- Medische klachten (scafoïdfractuur, verlammingsverschijnselen, hallucinaties) erkend maar onvoldoende aangetoond als verschoonbare reden voor wegblijven
- Eiser noch zijn gemachtigde had vooraf contact opgenomen met de minister over de problemen met vroege ochtendafspraken
- Rechtbank oordeelt dat niet-verschijnen toerekenbaar is aan eiser; beroep ongegrond
Samenvatting
Een man met de Belarussische nationaliteit diende in Nederland een asielaanvraag in, maar verscheen herhaaldelijk niet op afspraken die de Immigratie- en Naturalisatiedienst voor hem had gepland. De minister van Asiel en Migratie besloot daarop zijn aanvraag buiten behandeling te stellen. De man vocht dit besluit aan bij de rechtbank.
De aanleiding voor het buiten behandeling stellen was concreet: op 22 september 2025 stond een nader gehoor gepland, waarvoor de man ruim van tevoren per brief was uitgenodigd. Die ochtend zou hij om kwart over zes met een taxi worden opgehaald, maar hij stapte niet in het voertuig en gaf daar geen geldige reden voor. Bovendien had hij eerder al drie uitnodigingen voor een medisch onderzoek genegeerd.
In zijn beroep voerde de man aan dat zijn gezondheidsklachten hem verhinderden te verschijnen. Hij kampt naar eigen zeggen al langere tijd met een scafoïdfractuur, verlammingsverschijnselen in zijn arm en hallucinaties. Op de ochtend van het gehoor had hij pijnstillers ingenomen en was daardoor verslapen, waardoor hij niet op tijd aanwezig kon zijn. Dat de klachten serieus zijn, zo stelde hij, bleek ook uit het feit dat hij op 10 oktober 2025 een operatie had ondergaan.
De rechtbank erkende dat de man daadwerkelijk medische problemen heeft en dat zijn klachten niet ter discussie staan. Ook vond de rechter het voorstelbaar dat vroege ochtendafspraken voor hem problematisch zijn, mede gezien zijn toelichting ter zitting over voormalig drugsgebruik en de effecten van zijn huidige medicatie. Desondanks oordeelde de rechtbank dat hij onvoldoende had aangetoond dat zijn klachten zo ernstig waren dat het niet verschijnen hem niet kon worden aangerekend.
De rechtbank wees er daarbij op dat het op de weg van de man — of zijn advocaat — had gelegen om tijdig contact op te nemen met de minister over de problemen rond de vroege aanvangstijden. Dat is niet gebeurd. Omdat hij ook eerder al drie keer niet was komen opdagen voor medische keuringen, concludeerde de rechtbank dat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling had gesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de man ontvangt geen vergoeding voor zijn proceskosten.
Betrokken advocaten
mr. D.A.M. Frieser
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:3210, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-05-2025, 200.348.491/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:3251, Rechtbank Gelderland, 30-04-2025, C/05/434561 / HA ZA 24-203
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:555, Rechtbank Gelderland, 21-01-2025, C/05/434636 / ES RK 24-156
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:15360, Rechtbank Den Haag, 26-10-2022, NL22.14618
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.49043
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7176