Rechter dwingt minister tot beslissen op asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7190
niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom vreemdelingenrecht
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen twee weken beslissen op de asielaanvraag op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.
- De verlenging van de beslistermijn met negen maanden via WBV 2023/3 is onvoldoende gemotiveerd; de wettelijke beslistermijn van zes maanden blijft gelden.
- Na correcte ingebrekestelling en het uitblijven van een besluit is het beroep wegens niet tijdig beslissen ontvankelijk en gegrond.
- Rechterlijke dwangsom van €100 per dag (max. €15.000) opgelegd voor het geval de minister niet binnen twee weken beslist.
- Proceskosten vastgesteld op €467 (0,5 punt wegens licht gewicht van de zaak).
Samenvatting
Een asielzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag met succes geklaagd over het uitblijven van een beslissing op zijn asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had na meer dan zes maanden nog altijd geen besluit genomen, terwijl de wet die termijn als maximaal voorschrijft.
De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd op basis van een beleidsregel (WBV 2023/3), maar de rechtbank acht die verlenging onvoldoende gemotiveerd. Daardoor ontbreekt de rechtsgrond voor die verlenging en geldt gewoon de wettelijke termijn van zes maanden. Omdat die termijn was verstreken en de asielzoeker de minister schriftelijk in gebreke had gesteld zonder dat dit tot een besluit leidde, was het beroep terecht ingesteld.
De rechtbank wijst op de achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen, maar oordeelt dat dit geen reden is om de asielzoeker onbeperkt te laten wachten. Er moet een balans zijn: de minister moet zorgvuldig kunnen beslissen, maar de asielzoeker heeft recht op duidelijkheid op korte termijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan verbeurt hij een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden ter hoogte van €467.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:23807, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, NL25.57358
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23806, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, NL25.57359
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21987, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL25.32654
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21994, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL25.33024
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.40174
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7190