Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7203Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over te late asielaanvraag — RBDHA:2026:7203

Beroep niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard: minister moet binnen zestien weken beslissen op de asielaanvraag op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • De minister heeft de wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 4 mei 2025 overschreden zonder binnen twee weken na aanmaning alsnog te beslissen.
  • De rechtbank past het '8+8 wekenmodel' toe en legt de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken op.
  • Bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn geldt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.
  • De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467.

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag, die dateert van 4 mei 2025. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, deed uitspraak zonder zitting.

De wettelijke beslistermijn was al verstreken toen de asielzoeker de minister schriftelijk sommeerde om binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Dat deed de minister niet, waarop de asielzoeker beroep instelde wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Dat soort beroep — ook wel een 'beroep tegen fictieve weigering' of 'termijnoverschrijding' genoemd — is in het bestuursrecht mogelijk om overheden te dwingen tot handelen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is: de minister heeft de wettelijke beslistermijn zonder goede reden laten verlopen. Op basis van het zogenoemde '8+8 wekenmodel', een door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ontwikkelde richtlijn, krijgt de minister nu zestien weken de tijd om alsnog een inhoudelijke beslissing te nemen op de asielaanvraag. Die termijn gaat lopen de dag nadat de uitspraak bekend is gemaakt.

Om naleving af te dwingen, legt de rechtbank een dwangsom op van honderd euro per dag dat de minister de nieuwe beslistermijn overschrijdt. Het totale maximum van de dwangsom bedraagt vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, vastgesteld op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. F.H. Gart

eiser

Gart Advocatuur, DRACHTEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.4950

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7203

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht