Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7205Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister besluit te nemen over Syrische asielaanvraag — RBDHA:2026:7205

asielrecht / niet-tijdig beslissen / besluit- en vertrekmoratorium Syrië

Eiser / verzoeker

Syrische asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen acht weken een besluit nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 proceskosten vergoeden.

  • Het Besluit- en Vertrekmoratorium voor Syrische asielzoekers (dec. 2024 – jun. 2025) schortte de beslistermijn op, ook voor aanvragen waarvan de termijn al vóór het BVM was verstreken.
  • De rechtbank legt het begrip 'verlengen' in de wet uit als 'opschorten', mede op basis van de Europese Procedurerichtlijn (artikel 31 lid 4) die het woord 'postpone' hanteert.
  • Na het einde van het BVM op 13 juni 2025 had de minister uiterlijk op 14 juni 2025 moeten beslissen; dit is niet gebeurd.
  • Omdat de maximale beslistermijn van 21 maanden al is overschreden, geldt een verkorte hersteltermijn van acht weken.
  • Bij overschrijding van de acht wekentermijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000.

Samenvatting

Een asielzoeker uit Syrië wacht al meer dan een jaar op een beslissing op zijn aanvraag van 27 maart 2024. De minister van Asiel en Migratie heeft die beslissing laten liggen, ook nadat de wettelijke beslistermijn al was verstreken. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen) oordeelt dat de minister in gebreke is gebleven en legt hem een harde deadline op.

Centraal in de zaak staat het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) dat de minister op 11 december 2024 instelde voor asielzoekers uit Syrië. Daarmee werden alle beslissingen over Syrische asielaanvragen tijdelijk opgeschort, omdat de situatie in Syrië op dat moment te onzeker was om weloverwogen besluiten te nemen. Het moratorium liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025.

De rechtbank stelt vast dat het BVM de beslistermijn niet verlengde, maar opschortte — ook voor aanvragen waarvan de termijn al vóór het BVM was verstreken. Dit onderscheid is juridisch belangrijk: opschorting betekent dat de klok stopt en daarna verder loopt, niet dat de termijn opnieuw begint. Concreet betekent dit dat de minister uiterlijk op 14 juni 2025 — de dag na het einde van het moratorium — een besluit had moeten nemen. Die datum verstreek zonder beslissing.

De rechtbank baseert haar uitleg op de Europese Procedurerichtlijn, die het woord 'postpone' gebruikt in plaats van het Nederlandse 'verlengen'. Die richtlijn is bovendien van recentere datum dan de Nederlandse Vreemdelingenwet, wat extra gewicht geeft aan de Europese interpretatie. Ook het doel van een BVM ondersteunt de opschortingsredenering: zodra de reden voor uitstel wegvalt, moet de procedure gewoon worden hervat.

Nadat de minister ook na een ingebrekestelling geen besluit nam, stapte de asielzoeker naar de rechter. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Omdat de maximale beslistermijn van 21 maanden inmiddels al ruimschoots is overschreden, vindt de rechtbank een korte hersteltermijn passend. De minister krijgt acht weken om alsnog een besluit te nemen. Doet hij dat niet, dan verbeurt hij een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, vastgesteld op €467.

Betrokken advocaten

mr. F.H. Gart

eiser

Gart Advocatuur, DRACHTEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.8143

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7205

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht