Rechter dwingt minister te beslissen op gezinsherenigingsaanvraag asielgezin — RBDHA:2026:7229
gezinshereniging / niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag / dwangsom
Eiser / verzoeker
Gezin van vijf personen (eisers), aanvragers gezinshereniging
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen 8 (of uiterlijk 20) weken beslissen op de aanvraag, moet €1.442 aan verbeurde bestuurlijke dwangsommen betalen en bij verdere overschrijding €100 per dag tot een maximum van €15.000, plus €467 proceskosten.
- Minister heeft de wettelijke beslistermijn van 90 dagen (verlengd met 3 maanden) overschreden; deadline was 9 januari 2025, geen besluit genomen
- Rechtbank legt op grond van 'bijzonder geval' een ruimere beslistermijn op van 8 weken (of 20 weken bij nader onderzoek) in plaats van de standaard 2 weken
- Verbeurde bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens overschrijding termijn na ingebrekestelling
- Rechterlijke dwangsom van €100 per dag met maximum €15.000 opgelegd voor verdere overschrijding van de nieuwe beslistermijn
- Griffierecht kwijtgescholden wegens betalingsonmacht; proceskosten van €467 ten laste van de minister
Samenvatting
Een gezin van vijf personen wacht al veel langer dan toegestaan op een beslissing over hun aanvraag voor een visum om naar Nederland te komen en zich te voegen bij een familielid met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft de wettelijke beslistermijn ruimschoots overschreden, wat aanleiding gaf voor dit beroep bij de rechtbank Den Haag.
De aanvraag voor de zogenoemde machtiging tot voorlopig verblijf werd ingediend op 11 juli 2024. De wet schrijft voor dat de minister binnen negentig dagen beslist, met de mogelijkheid om die termijn eenmalig met drie maanden te verlengen. Dat betekende dat uiterlijk 9 januari 2025 een beslissing had moeten vallen. Die bleef echter uit. Het gezin stelde de minister op 30 januari 2025 officieel in gebreke — een formele aanmaning die de klok laat lopen voor dwangsommen. Toen ook daarna niets gebeurde, werd in augustus 2025 beroep ingesteld.
De rechtbank stelde vast dat het beroep ontvankelijk en gegrond is: er is simpelweg te lang gewacht. Verweerder erkende de achterstand, maar wees op grote achterstanden en een hoge instroom bij de behandeling van dit soort aanvragen. De minister vroeg de rechtbank daarom een ruimere beslistermijn op te leggen dan de standaard twee weken die de wet voorschrijft.
De rechtbank ging daar gedeeltelijk in mee. Bij gezinshereniging met houders van een asielvergunning is volgens vaste rechtspraak sprake van een 'bijzonder geval', wat een langere termijn rechtvaardigt. Dit uitgangspunt is eerder bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, meest recent nog in mei 2025. De rechtbank legde de minister op om binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Als de minister binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en dat schriftelijk meedeelt aan het gezin, geldt een maximumtermijn van twintig weken.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de minister al dwangsommen heeft verbeurd door het uitblijven van een beslissing na de ingebrekestelling. Het gaat om een bedrag van €1.442. Voor elke dag dat de nieuwe deadline alsnog wordt overschreden, moet de minister een aanvullende dwangsom betalen van €100 per dag, met een maximum van €15.000. Ook wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het gezin, vastgesteld op €467.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2010, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.19842
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2000, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.11371
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2001, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.11884
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2014, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.19770
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL 25 38942
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7229