Rechter legt hogere dwangsom op na negeren eerdere uitspraak nareis — RBDHA:2026:7244
Niet-tijdig beslissen op nareisaanvraag (mvv) / dwangsom bestuursrecht
Eiser / verzoeker
Eiseres (aanvrager machtiging tot voorlopig verblijf nareis)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen twee weken te beslissen op de nareisaanvraag, met een dwangsom van €200 per dag bij overschrijding (maximum €15.000) en veroordeling in proceskosten van €467.
- Minister negeerde eerdere rechterlijke beslistermijn én liet volledige dwangsom van €15.000 oplopen zonder besluit te nemen
- Tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is ontvankelijk zonder nieuwe ingebrekestelling, omdat de rechter al eerder een termijn had gesteld
- Dwangsom verhoogd naar €200 per dag (max. €15.000) omdat de eerdere dwangsom van €100 per dag een onvoldoende prikkel bleek
- Verzoek tot vaststelling van bestuurlijke dwangsom afgewezen: die was al vastgesteld in de eerste uitspraak en een tweede ingebrekestelling leidt niet tot een nieuwe bestuurlijke dwangsom
- Griffierecht vrijgesteld wegens betalingsonmacht; proceskosten van €467 ten laste van de minister
Samenvatting
Een vrouw die via nareis bij haar referent in Nederland wil verblijven, wacht al jaren op een beslissing van de minister van Asiel en Migratie. De minister liet herhaaldelijk de boot afvaan — ook nadat de rechter eerder al had ingegrepen.
In januari 2025 verklaarde de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, een eerste beroep gegrond omdat de minister geen besluit nam op de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechter gaf de minister toen acht weken de tijd om te beslissen, met de mogelijkheid van een verlenging tot twintig weken als nader onderzoek noodzakelijk was. Voor elke dag dat de minister die termijn overschreed, hing een dwangsom van €100 per dag boven het hoofd, met een maximum van €15.000.
De minister nam echter ook na die uitspraak geen besluit. Zelfs nadat de volledige dwangsom van €15.000 was opgelopen, bleef een beslissing uit. In september 2025 stapte de vrouw opnieuw naar de rechter. Opnieuw stelde zij beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De minister maakte geen gebruik van de mogelijkheid om verweer te voeren.
De rechtbank oordeelt dat het tweede beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Omdat de minister zelfs na de eerdere rechterlijke termijn en het vollopen van de dwangsom niets heeft gedaan, ziet de rechter geen reden voor extra coulance. De minister krijgt nu twee weken om alsnog een besluit te nemen. Om te zorgen dat deze termijn ditmaal wel wordt nageleefd, legt de rechtbank een hogere dwangsom op: €200 per dag bij overschrijding, opnieuw met een maximum van €15.000. De rechtbank merkt expliciet op dat de eerder opgelegde dwangsom een 'onvoldoende prikkel' bleek.
Het verzoek van de vrouw om de bestuurlijke dwangsom — een aparte vergoeding op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor de periode vóór de eerste rechterlijke uitspraak — alsnog vast te stellen, wijst de rechter af. Die dwangsom was in de eerste uitspraak al vastgesteld, en een tweede ingebrekestelling leidt niet automatisch tot een nieuwe bestuurlijke dwangsom.
Voor het griffierecht kreeg de vrouw vrijstelling vanwege betalingsonmacht. De rechter veroordeelt de minister daarnaast in de proceskosten van €467. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt de minister op binnen twee weken te beslissen en legt de hogere dwangsom van €200 per dag op bij verdere vertraging.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2010, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.19842
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2000, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.11371
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2001, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.11884
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2014, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.19770
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL 25 42378
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7244