Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7254Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over verblijfsvergunning Iraakse man — RBDHA:2026:7254

Verblijfsvergunning regulier / mvv-vereiste / niet tijdig beslissen op bezwaar

Eiser / verzoeker

Iraakse man (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond: minister moet uiterlijk 16 april 2026 een nieuw besluit nemen op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000; het beroep tegen het ingetrokken besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het intrekkingsbesluit is ongegrond.

  • Mvv kan momenteel niet worden aangevraagd in Irak; minister moet onderzoeken of eisen aan eiser in andere landen redelijk is gezien de oorlogssituatie in het Midden-Oosten
  • Intrekking bestreden besluit door minister is geen misbruik van bevoegdheid; beroep daartegen ongegrond
  • Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond: minister moet uiterlijk 16 april 2026 een nieuw besluit nemen
  • Dwangsom van €100 per dag met maximum €15.000 opgelegd bij overschrijding beslistermijn
  • Rechtbank adviseert minister te overwegen verblijfsvergunning alsnog te verlenen als tijdig beslissen niet lukt, gelet op kwetsbaarheid partijen en lang tijdsverloop

Samenvatting

Een Iraakse man die een verblijfsvergunning aanvroeg om bij zijn partner in Nederland te mogen wonen, zit al geruime tijd in onzekerheid. De minister van Asiel en Migratie weigerde hem een vergunning omdat hij geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft. Die mvv moet hij normaal gesproken aanvragen in zijn thuisland, maar dat bleek tijdens de rechtszitting een probleem: in Irak kunnen mensen op dit moment geen mvv meer aanvragen.

Tijdens de zitting op 19 februari 2026 bij de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam) werd duidelijk dat het ministerie op zijn website vermeldt dat Irakezen hun mvv nu moeten aanvragen in Iran, Jordanië, Libanon of Turkije. De rechtbank schorste het onderzoek en gaf de minister vier weken om te onderzoeken wat dit betekent voor de zaak, met name voor de vraag of het redelijk is van de man te eisen dat hij in een ander land dan Irak de mvv-procedure doorloopt.

De minister trok het eerdere besluit op 11 maart 2026 in, zonder meteen een nieuw besluit te nemen. Als reden voerde het ministerie aan dat meer onderzoek nodig is, ook omdat er recentelijk oorlog is uitgebroken tussen Israël, de VS en Iran, en dat conflict ook naar omliggende landen escaleert. Dat maakt het lastig in te schatten welke mogelijkheden de man heeft om in de regio een mvv aan te vragen.

De man vroeg de rechtbank het intrekkingsbesluit te vernietigen, omdat de minister volgens hem misbruik maakt van zijn bevoegdheid om zo meer tijd te rekken. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Zij begrijpt dat de minister meer tijd nodig heeft om een zorgvuldig besluit te nemen, gezien de complexe en veranderlijke situatie in het Midden-Oosten. Het beroep tegen het intrekkingsbesluit is dan ook ongegrond verklaard.

Wel erkent de rechtbank dat er nu een situatie is ontstaan waarin de minister überhaupt niet meer tijdig heeft beslist op het bezwaar van de man. Nadat het eerdere besluit werd ingetrokken, is er immers geen geldig besluit meer. De rechtbank behandelt het beroep van de man daarom als een beroep wegens het niet tijdig beslissen. Hoewel de man de minister niet formeel in gebreke had gesteld — een stap die normaal verplicht is — vindt de rechtbank dat dit in deze situatie niet redelijk van hem gevergd kon worden, omdat de minister zelf de situatie had gecreëerd.

Het beroep wegens niet tijdig beslissen is gegrond verklaard. De rechtbank draagt de minister op uiterlijk 16 april 2026 een nieuw besluit op het bezwaar te nemen — acht weken na de oorspronkelijke zittingsdatum. Als de minister die termijn overschrijdt, verbeurt hij een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.

Opvallend is de vingerwijzing waarmee de rechtbank afsluit: als het de minister door de complexe oorlogssituatie niet lukt om op tijd te beslissen, zou het wellicht de overweging waard zijn de gevraagde verblijfsvergunning alsnog te verlenen. De rechtbank wijst daarbij op de kwetsbaarheid van zowel de man als zijn partner, het lange tijdsverloop in de zaak en de onzekerheid waarin zij al geruime tijd verkeren.

Betrokken advocaten

mr. J. Werner

eiser

Noordstern Advocaten, AMSTERDAM

mr. J.G.R. Becker

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

NL25.22467 en NL24.34043

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7254

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht