Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7273Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot beslissen op asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7273

asielrecht / niet tijdig beslissen / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister krijgt zestien weken om te beslissen op de asielaanvraag, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding tot maximaal €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • Beslistermijn op asielaanvraag van 26 maart 2025 is verstreken zonder dat de minister een besluit heeft genomen
  • Rechtbank legt op basis van het '8+8 wekenmodel' een nieuwe beslistermijn van zestien weken op
  • Bij overschrijding van de nieuwe termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000
  • Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes bij de rechtbank Den Haag aan de kaak gesteld dat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag van 26 maart 2025. De minister liet de wettelijke beslistermijn verstrijken zonder een besluit te nemen, ook nadat de asielzoeker hem formeel had gesommeerd dit binnen twee weken alsnog te doen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister heeft simpelweg te lang gewacht en heeft geen beslissing genomen, terwijl hij daartoe wel verplicht was. De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting, wat bij dit soort termijnoverschrijdingen gebruikelijk is.

Bij het opleggen van een nieuwe beslistermijn volgt de rechtbank het zogenoemde '8+8 wekenmodel', een werkwijze die is vastgesteld door de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit model houdt in dat de minister in totaal zestien weken de tijd krijgt om alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op de asielaanvraag. Die termijn gaat lopen de dag na de bekendmaking van de uitspraak.

Om te voorkomen dat de minister ook deze nieuwe deadline laat passeren, legt de rechtbank een dwangsom op. Voor elke dag dat de minister de termijn van zestien weken overschrijdt, moet hij honderd euro betalen aan de asielzoeker, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. H.A. Limonard

eiser

Advocatenkantoor Limonard, JOURE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.7522

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7273

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht