Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7331Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter veroordeelt minister tot proceskosten na te laat beslissen over nareis-mvv — RBDHA:2026:7331

niet-tijdig beslissen / mvv nareis / proceskosten bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Verzoeker (asielzoeker, V-nummer onbekend)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Verweerder veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de mvv-nareisaanvraag.

  • Minister besloot ruim twee jaar na de mvv-nareisaanvraag van oktober 2023 pas op 24 maart 2026, ruimschoots te laat.
  • Omdat verweerder hangende het beroep alsnog een besluit nam, is hij geheel tegemoetgekomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a Awb.
  • Rechtbank past wegingsfactor 'licht' (0,5) toe omdat het beroep uitsluitend zag op niet-tijdig beslissen, geen inhoudelijk geschil.
  • Proceskosten vastgesteld op € 467; verzoeker moet griffierecht van € 194 zelf bij de minister terugvorderen op grond van artikel 8:41 lid 7 Awb.

Samenvatting

Een asielzoeker vroeg in oktober 2023 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor nareizende familieleden. De minister van Asiel en Migratie liet ruim twee jaar niets van zich horen, waarna de man in september 2025 beroep instelde wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.

Pas op 24 maart 2026 — ruim twee jaar na de aanvraag en pas nadat het beroep was ingediend — nam de minister alsnog een besluit. De verzoeker trok daarop zijn beroep in, maar vroeg de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten. Zo'n verzoek is mogelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht: als een bestuursorgaan tijdens een lopend beroep alsnog aan de eiser tegemoetkomt, kan de rechter de overheid opdragen de gemaakte kosten te vergoeden.

De rechtbank in Middelburg oordeelde dat de minister inderdaad te laat had beslist en daarmee verwijtbaar had gehandeld. Omdat de zaak uitsluitend draaide om het niet tijdig beslissen — en niet om een inhoudelijk geschil — paste de rechtbank een lichte wegingsfactor toe bij de berekening van de advocaatkosten.

De minister werd veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de verzoeker ook recht heeft op terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 194, waarvoor hij zich rechtstreeks tot de minister moet wenden.

Betrokken advocaten

mr. S. Cetinkaya-Ahmad

eiser

Van Kuijk Cetinkaya Ahmad Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Zaaknummer

NL25.43984

Procedure

Rekestprocedure

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7331

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht